en nu
het hoofd een breekbaar blad
al aan een oude dunne tak
ik streel je bast waarachtig
je vruchten
donker, diep en straf
en zwaar ook, op de hand
je geurt reeds naar het graf
kijk niet om steeds oude man
de weg wordt enkel nauwer
in de holle schaduw van je land
waar niemand op je wacht
maar zij
met haar buik van zachte prairie
haar haar als lachend gras
toen je in de voren van haar huid
een oogst van hemelsbreedte las
maar dat je echt vertrekken moest
naar daar waar zij niet was
de dageraad neemt af
jouw genade dat ben ik
met haar vragen als oude bladeren
fluisterend in mijn blik
Lotte
Asveld
Terug
naar gedichten
Volgend gedicht